Naar inhoud

Wat is boogschieten?

Boogschieten is een sport van concentratie, techniek en rust. Dit leer je het beste door te doen, pijl na pijl. Hier volgt een korte geschiedenis van het boogschieten, en een overzicht van de basis.

Verschillende bogen van de vereniging

Geschiedenis

De geschiedenis van het boogschieten gaat terug tot in de prehistorie. Archeologen vermoeden dat zo’n 15.000 jaar geleden de eerste pijl uit een boog weg vloog, maar de eerste echte bewijzen die ooit zijn gevonden dateren van tussen de 10.000 en 11.000 jaar oud. De boog werd waarschijnlijk eerst voor jagen gebruikt en later als een wapen. Op Australië na, werd er in de prehistorie op elk continent het boogschieten bedreven.

In de klassieke oudheid werd de boog veelvuldig gebruikt. Beschavingen als de oude Grieken en Romeinen hadden al enorm veel schutters in hun legers. Pijlen waren zeer destructief tegen grote menigten en het gebruik van schutters kon al snel leiden tot een overwinning. Griekse goden zoals Apollo worden vaak afgebeeld met een handboog evenals Griekse helden als Odysseus. In de Odyssee wordt beschreven dat Odysseus een boog had die alleen hij kon spannen.

In de middeleeuwen steeg de waarde van boogschieten op het slagveld gestaag. Bekend zijn vooral de Mongolen die het boogschieten vanaf de rug van het paard perfectioneerden en dit gebruikten om de Aziatische steppes en Oost-Europa te domineren. Ze vuurden terwijl ze het doelwit naderden, draaiden zich om in het zadel en vuurden nog een keer terwijl ze wegreden.

Tijdens de Honderdjarige Oorlog was vooral de longbow populair. De Engelsen perfectioneerden het boogschieten te voet waarbij zij een longbow gebruikten. Schutters werden vanaf de kinderleeftijd getraind om tegenstanders op grote afstand te kunnen treffen. Ook de kruisboog was erg populair tijdens de middeleeuwen. Het duurde namelijk relatief lang om een longbowschutter te trainen terwijl voor de kruisboog maar een korte training nodig was. De kruisboog was bovendien krachtiger dan de meeste longbows. Nadeel was wel het feit dat het vrij lang duurde om de kruisboog te herladen.

De introductie van vuurwapens zorgde ervoor dat de boog langzaam maar zeker van het slagveld verdween. Een geweer kon zo door een schild heen gaan en vergde weinig training. Vroege vuurwapens waren echter nog lange tijd minder effectief dan een goed getrainde longbowschutter. Tegenwoordig wordt het boogschieten vooral als sport beoefend, zelfs bij de Olympische spelen.

Basis Schieten

Boogschieten is in de basis heel simpel: je schiet met een boog een pijl weg naar een doel. Meer is het in het begin niet. Al het andere komt vanzelf met oefenen, pijl voor pijl.

Een boog bestaat uit twee delen: een stok en een pees. Belangrijk om te weten is dat de kracht uit de stok komt, en niet uit de pees. Trek je de pees naar achteren, dan buigt de stok mee en slaat die de energie op. Laat je los, dan veert de stok terug en vertrekt de pijl. De pees mag daarom juist niet rekken. Zou je een elastieken koord gebruiken, dan slokt dat de energie op in plaats van hem door te geven aan de pijl. Een goede pees is dus stug en geeft nauwelijks mee.

Schieten begint bij je houding. Je staat met je zij naar het doel en je voeten ongeveer op schouderbreedte uit elkaar, rustig en ontspannen. De ene hand houdt de boog vast, de andere trekt de pees naar achteren. Met welke hand je trekt, hangt vooral af van welk oog het beste richt, en niet zozeer van of je links- of rechtshandig bent. Dat zoeken we gewoon even samen uit.

Terwijl je de pees naar achteren trekt, breng je je hand naar een vast punt in je gezicht. Dat heet je ankerpunt. Doordat je hand elke keer op precies dezelfde plek terechtkomt, schiet je elke pijl op dezelfde manier weg, en daar wordt je schot een stuk stabieler van. Waar dat ankerpunt ligt, bij je mondhoek, tegen je kaak of ergens anders, verschilt per type boog.

En dat is meteen het belangrijkste: we leren je de houding altijd aan op basis van de boog waarmee je schiet. Een recurve vraagt iets anders dan een compound, en een longbow weer iets anders. De eerste keer laten we nieuwe schutters meestal met een recurveboog schieten, zodat je op een rustige manier kennismaakt met de sport. Daarna kijken we welke boog bij je past en bouwen we de techniek daaromheen op. Zo leer je het meteen goed, zonder verkeerde gewoontes die je later weer moet afleren.

Bogen verschillen trouwens ook flink in hoe zwaar ze trekken. Dat noemen we de pondage: de kracht die je nodig hebt om de pees helemaal op te trekken. De ene boog is licht en soepel, de andere behoorlijk pittig. Als je begint, schiet je altijd met een lichte boog. Zo kun je rustig aan je techniek werken zonder dat je arm er na een handvol pijlen mee ophoudt. Zwaarder schieten komt vanzelf, als je er klaar voor bent en als je dit wil. Boogschieten is het leukst met een boog waar je mee uit de voeten kan, hoe licht of zwaar die ook is!

Zelf eens proberen?

Je bent welkom om een keer mee te schieten. Neem vooraf even contact op, dan maken we een afspraak.

Benieuwd geworden?

Je bent welkom om eens mee te schieten. Neem vooraf even contact op, dan maken we een afspraak en zorgen we voor goede begeleiding.