Recurve
De Olympische sportboog: eigenlijk een barebow, maar dan mét vizier, stabilisatoren en clicker. Voor veel schutters de eerste echte wedstrijdboog.
De recurve is voor de meeste mensen dé boog waar ze aan denken bij boogschieten. Je herkent hem aan de armen die aan de uiteinden weer naar voren buigen. Dat is precies wat “recurve” betekent, en die vorm geeft de boog net wat meer snelheid mee. Dit is de boog die je op de Olympische Spelen ziet.
Wat de recurve tot een echte sportboog maakt, zijn de hulpmiddelen die je erop zet. Een vizier om mee te richten, stabilisatoren om de boog rustig te houden, en vaak een clicker die aangeeft wanneer je ver genoeg hebt uitgetrokken. En hier zit de grap: haal je dat er allemaal weer af, dan houd je een barebow over. Het verschil tussen recurve en barebow zit dus in de hulpmiddelen, niet in de boog zelf.
Bij een wedstrijd is dit een van de grootste klassen. De wedstrijdrecurve is bijna altijd een takedown: een middenstuk waar je de werparmen los op vastzet. Dat is ook precies wat het opbouwen mogelijk maakt, want zo krijg je een vizier en stabilisatoren aan de boog. Meteen handig als je begint, want de werparmen kun je later door zwaardere vervangen, zodat de boog met je meegroeit. Recurves uit één stuk bestaan ook, zoals veel gelamineerde houten bogen, maar die bouw je niet zo op en schiet je meestal barebow of traditioneel.
Pijlen & klasse
Een recurve met vizier schiet je bijna altijd met carbon pijlen, soms met aluminium voor het schieten binnen. Daarmee val je in de recurve-klasse. Bekijk bij Pijlen wat het verschil in prijs en gedrag betekent.
Bekijk alle pijlsoortenDeze boog eens proberen?
Kom gerust een keer langs, dan laten we je zien hoe het schieten met deze boog werkt.